

Hieronder treft u een kort overzicht van de meest gestelde vragen en antwoorden over de Commissie voor de tunnelveiligheid. Omdat de Commissie bij wet is aangesteld, wordt aangegeven in welke gevallen een adviesaanvraag verplicht is en hoe allerlei partijen met deze adviezen te maken gaan krijgen.
Een processchema om tot het advies te komen, inclusief de interactiemomenten met de aanvragers en de doorlooptijd, kunt u hier vinden.In het verleden ontstond regelmatig polarisatie over standpunten tussen de initiatiefnemer van een project en het bevoegd gezag (gemeente, provincie, rijk). Als meningsverschillen lang aanhielden was nog maar weinig ruimte over om bij te sturen. De Commissie draagt bij aan tijdige betrokkenheid van alle belangen en probeert polarisatie te voorkomen door inzet van onafhankelijke deskundigheid.
Het kabinet acht tussenkomst van een onafhankelijke deskundigencommissie als adviseur ook gewenst om de kennis op het gebied van de tunnelveiligheid te bundelen en in te zetten bij nieuwe projecten. Zo wordt voorkomen dat belangrijke kennis onbenut blijft of verloren gaat.
BovenDe opdracht aan de onafhankelijke Commissie voor de tunnelveiligheid is het desgevraagd uitbrengen van advies over de veiligheid van projecten waar een tunnel deel van uitmaakt en daarbij door inzet van voldoende relevante kennis een juiste veiligheidsafweging bij besluiten over tunnels mogelijk te maken.
De Commissie adviseert over alle tunnels langer dan 250 meter: wegtunnels, spoortunnels en overige railtunnels. Bij deze categorieën zijn veel partijen betrokken met ieder hun eigen taken en verantwoordelijkheden. De Commissie neemt geen verantwoordelijkheden van deze partijen over.
BovenDe initiatiefnemer, veelal de beoogde eigenaar van de tunnel of iemand die namens deze optreedt, is verplicht, voorafgaand aan drie beslismomenten, een advies in te winnen bij de Commissie voor de tunnelveiligheid. De ervaring heeft geleerd dat het voorkeur verdient om ruim voor de beslismomenten advies aan te vragen, opdat zonodig tijdig kan worden bijgestuurd zonder dat vertraging in het proces optreedt of additionele kosten moeten worden gemaakt.
1. Planologische beslissing
Het eerste advies wordt aangevraagd voorafgaand aan een planologische beslissing. Er worden enkele uitvoeringsvarianten op hoofdlijnen vergeleken op vormgeving, kosten en ruimtelijke inpasbaarheid.
De Commissie beziet of de relevante veiligheidsaspecten van de tunnel en de veiligheidseffecten op de omgeving voldoende aan de orde zijn gekomen. De Commissie adviseert over de onderzochte of nader te onderzoeken scenario’s en over aan haar voorgelegde vragen.
2. Bouwvergunning
Het tweede advies wordt aangevraagd voorafgaand aan de aanvraag van een bouwvergunning. De gekozen uitvoeringsvariant wordt in detail uitgewerkt in een definitief ontwerp. De Commissie toetst of het ontwerp voldoet aan de in de regelgeving gestelde veiligheidseisen en of er goede afspraken zijn gemaakt over het veiligheidsbeheer. De Commissie kan ook desgewenst adviseren over de gelijkwaardigheid van verschillende maatregelen.
3. Ingrijpende wijziging
Het derde advies wordt aangevraagd voorafgaand aan een ingrijpende wijziging in constructie of het gebruik van een bestaande tunnel. De Commissie beziet of dit past binnen het eerder afgesproken veiligheidsconcept. Zo niet, dan adviseert de Commissie over de herziening van het eerder genomen planologische besluit respectievelijk de bouwvergunning en wordt het veiligheidsconcept aangepast.
BovenVoorbeelden van een ingrijpende wijziging zijn:
1. overschrijding van de ontwerpcapaciteit (het aantal en het type voertuigen);
2. wijzigingen in het toelatingsbeleid (Bijvoorbeeld als vervoer van gevaarlijke stoffen wordt toegestaan, als personenvervoer op de Betuweroute of als goederenvervoer op een metrolijn wordt overwogen;)
3. uitbreiding van het tunnelsysteem (bijvoorbeeld met een ondergronds station of parkeergarage).
BovenIn de Wet Aanvullende Regels Veiligheid Wegtunnels staat vermeld dat de initiatiefnemer verplicht is zelf advies aan te vragen bij de Commissie. Dit geldt voor alle tunnels langer dan 250 meter ongeacht modaliteit; naast wegtunnels geldt deze verplichting dus ook voor spoor- en metrotunnels.
Dit advies is zwaarwegend, doch niet bindend. In de regelgeving is vastgelegd dat de initiatiefnemer resp. het bevoegd gezag hier alleen gemotiveerd van mag afwijken.
De initiatiefnemer dient het advies van de Commissie bij zijn aanvraag voor een beslissing van bevoegd gezag mee te sturen. Het besluit van het bevoegd gezag is openbaar, inclusief het advies van de Commissie. Burgers of bedrijven kunnen het advies dus bij hun eventuele bezwarenprocedure betrekken.
BovenKlik hier voor een processchema dat de Commissie hanteert om tot een advies te komen.
1. De initiatiefnemer vraagt een veiligheidsadvies aan bij de voorzitter van de Commissie tunnelveiligheid. De secretaris houdt een intake gesprek met de initiatiefnemer aan de hand van een checklist. Daarbij wordt besproken wanneer de adviesaanvraag zal worden ingediend en welke stukken deel zullen uitmaken van de aanvraag.
2. De secretaris en de initiatiefnemer checken de mogelijke leden op onafhankelijkheid.
3. De voorzitter doet in overleg met de secretaris een voorstel voor de in te zetten werkgroep ten aanzien van het specifieke advies.
4. De secretaris vraagt relevant materiaal op, toetst dit op ontvankelijkheid (compleetheid en volledigheid) en stuurt dit rond aan de leden. Vanaf dit moment loopt de adviestermijn.
5. De leden lezen de stukken en sturen vragen die opkomen alvast naar secretaris.
6. De secretaris bundelt de vragen in een discussiememo en stuurt ze naar de initiatiefnemer.
7. Presentatie van het project en onderwerpen uit de discussiememo door de initiatiefnemer. Eerste bespreking door Commissie (op hoofdpunten, evt. afspraken over verdeling huiswerk)
8. De secretaris schrijft het eerste concept eindadvies.
9. Er volgen één of meerdere vergaderingen om het concept eindadvies te verbeteren.
10. De secretaris stuurt het laatste concept naar de initiatiefnemer.
11. Initiatiefnemer krijgt de mogelijkheid reactie te geven op juistheid en volledigheid van het conceptadvies
12. De Commissie stelt het eindadvies vast.
13. Uitsturen van het advies.
14. Plaatsing van het advies op de website van de Commissie nadat het bevoegd gezag een besluit heeft genomen.
BovenDe doorlooptijd is acht weken, gerekend vanaf het moment dat alle stukken ontvankelijk zijn verklaard tot het moment dat het advies aan de initiatiefnemer wordt toegestuurd ter controle op feitelijke onjuistheden. Het criterium hiervoor is dat de stukken compleet en volledig moeten zijn en de secretaris de adviesaanvraag ontvankelijk heeft verklaard.
BovenDe Commissie doet in haar tunneladviezen een uitspraak over vier aspecten: volledigheid, juistheid, integraliteit en duurzaamheid.
Het aspect volledigheid geeft antwoord op de vraag of alle veiligheidsaspecten (bijvoorbeeld infrastructuur, veiligheidsorganisatie, zelfredzaamheid en hulpverlening) voldoende aan bod zijn gekomen. Men kijkt naar de aanwezigheid en inhoud van een aantal standaarddocumenten.
De dimensie juistheid geeft de mate aan waarin de verstrekte informatie inhoudelijk correct is.
Met integraliteit wordt bedoeld de mate waarin het totaal aan gehanteerde veiligheidsprincipes en uitwerkingen leiden tot een aanvaardbaar veiligheidsrisico. Integraliteit betekent ook dat de tunnel in relatie tot haar omgeving bekeken dient te worden.
Aangezien een tunnel voor langdurig gebruik wordt aangelegd, is het van belang het tunnelproject in zijn omgeving op het aspect duurzaamheid te bezien.
BovenDe toetscriteria zijn vervat in de relevante wet- en regelgeving aangevuld met vastgestelde, gangbare werkwijzen. Het domein van toetscriteria wordt dus gevormd door:
1. Beleidsnota Tunnelveiligheid deel A en deel B
2. Relevante wetgeving en regelgeving
3. Bouwbesluit en gebruiksbesluit
4. Ontwikkelde leidraden (TVP, VBP scenario-analyse, QRA)
5. Opgedane kennis en leerervaringen
De leden van de Commissie spitsen zich in het advies toe op deze toetscriteria. De eerste vier criteria behoren tot de vaste spelregels van het advies. Het laatste criterium geeft de Commissie ruimte voor het doen van aanbevelingen.
BovenTegen het advies van de Commissie kan niet in beroep worden gegaan. Wel kan de initiatiefnemer respectievelijk het bevoegd gezag hiervan gemotiveerd afwijken.
De Commissie kan op haar beurt geen bezwaar aantekenen tegen het al dan niet door initiatiefnemer aangepaste plan respectievelijk tegen het door het bevoegd gezag genomen besluit.
BovenHet volstaat dat zowel het advies als het besluit openbaar zijn. Er wordt niet getreden in de bevoegdheden van partijen. De definitieve adviezen zijn – na het door het bevoegd gezag genomen besluit – op te vragen bij de Commissie en bij de initiatiefnemer.
BovenHet is cruciaal dat de Commissie onafhankelijk kan werken en dat zelfs de schijn van afhankelijkheid vermeden wordt. Om deze reden is de Commissie op afstand van de betrokken ministeries geplaatst.
De Commissie beschikt over een eigen jaarbudget. Hiermee wordt uitgesloten dat enige betrokken partij het advies kan beïnvloeden.
De onafhankelijkheid komt daarnaast tot uiting in de werkwijze van de Commissie. De Commissie besluit zelf over de in te zetten expertise en deskundigen, over de diepte van haar adviezen, over de inhoud en vorm van haar rapportages en eventuele aanbevelingen.
Tot slot geldt dat de leden van de Commissie ieder voor zich per tunneladvies onafhankelijk moeten zijn. Dit houdt in dat zij niet in een eerdere fase betrokken zijn geweest bij de plannen van het betreffende tunnelproject en geen financieel of ander materieel belang hebben bij de uitkomst van de adviezen. Voorafgaand aan een advies verklaren de leden van de werkgroep zich onafhankelijk van het tunnelproject. Tegelijkertijd wordt de initiatiefnemer gevraagd een verklaring van geen bezwaar af te geven aan de Commissie. Hier wordt mee bedoeld dat de initiatiefnemer geen bezwaar heeft tegen de deelname van de leden voor wat betreft hun onafhankelijkheid.
BovenDe Commissie bevordert haar eigen kennisniveau onder meer door betrokkenheid van leden bij projecten waarover zij niet adviseren als lid van de Commissie. Daarbij kan het gaan om deelname in tunnelprojecten, congressen of begeleiding van aan tunnels gerelateerd onderzoek.
BovenEr worden geen kosten in rekening gebracht voor de wettelijke adviestaak; de Commissie betaald deze kosten uit haar jaarbudget. Met de instelling van de Commissie worden besparingen en veiligheidswinst verwacht in het besluitvormingsproces. Door in een vroeg stadium te adviseren kan tijdig worden bijgestuurd en worden zowel hoge aanpassingskosten als vertragingen door verschillen van mening en bezwarenprocedures zoveel mogelijk voorkomen. In 2010 worden de ervaringen met de adviezen geëvalueerd.
BovenUw vragen kunt u voorleggen aan het secretariaat van de Commissie voor de tunnelveiligheid, gevestigd in Gouda. Het adres is Groningenweg 10, Postbus 420, 2800 AK Gouda. In dit pand zijn ook CURNET en het Centrum Ondergronds Bouwen (COB) gehuisvest.
De Commissie is telefonisch bereikbaar op 0182 - 540 818, per fax op 0182 - 540 819 en per e-mail: secretariaat@commissietunnelveiligheid.nl.
Boven